#

(variaties op een thema)

DE BOMEN ZWETEN ZICH
een ongeluk; twee doden
in een file verderop; stigmatiserende
sporen vergroten

het raadsel, nu jij hier voor
mij aan tafel zit, mijn gapende
ogen de wonden vergroten, de wonden door
mijn woorden (laat de slapenden

toch slapen!); de hitte
maakt je ongemakkelijk; ik geloof
niet – en ik ga even verzitten –

dat ik je kennen kan; vergeten
we de regen die het vuur dooft,
maar jij laat de bomen regenwater zweten.

=====

AAN TAFEL ZITTEN ZWETEN OMDAT
het eten zo heet is en scheten
laten; aan tafel zitten omdat
er samen wordt gegeten;

nog steeds gaat een schaal
rond; totale verwarring wanneer
gegeten wordt: die taal,
die gebaren kennen we niet meer;

de bomen zweten zich buiten
een ongeluk; de zinderende zon
verzon een grapje en liet wat moois bloeien;

de hitte, die zich binnen uitte
inde zijn tol: iedereen kon
zien hoe het melanoom bleef groeien.

=====

TOTALE VERWARRING TIJDENS HET SLAPEN; VERGROTEN
raadsels zich moedwillig in bed, ze verhogen
ook de bloeddruk; en het aantal doden
onder mijn weer- en woordeloze ogen;

je hebt je goedje in Turijn gelaten
laten liggen; het was te heet
gekleed, maar in welke gebaren en gewaden
vang ik nu het kostbare zweet

en bloed; de hoge populieren
zweten hun tranen weg; er staat brood
op de tafel; wat valt er te vieren

als we allemaal weer wakker dreigen
te worden; het lichaam slaat
toe; zal het zich dan tot eten neigen?