Met het schietlood, zoals men zegt.
Zo iemand komt met alles weg.
Ik zet een stelling op, voor het oog charmant,
En breng hem dan een beetje uit balans.
Heb ik voldoende doorgetast, ontspring
Ik onverwacht en ondoordacht de dans?
Vertrouwt men soms te zeer op eigen
Onaantastbaarheid, waar bescheiden zwijgen
Iets beter had gepast? Kent men zijn plaats wel,
Als men hemels wil bestormen,
Om maar geen kruimel te zijn (het hemd
Nader dan de rok van het universum)?
In dubio, maar met aplomb, sta ik naakt
Aan de rand die naar mij haakt.