Soms moet je, soms ook niet,
Notitie nemen van de Grieken.

Hebben die niet alles al bedacht,
En innerlijk doorleefd met hun tragedies?

Gooi ik mijzelf gratis voor de leeuwen,
Of wil ik liever wat ik weet vergeten?

Ik breng mijzelf in stelling,
Koester zoet de roes van stelligheid.

Ik vloek wat in een kerk,
Maar biecht vervolgens onbeperkt.

Zo innig vrij kan wrijving zijn.
Als men aanmeert bij het eigene,

Zie je bomen vol met vogels
Uitsluitend van zichzelf dromen.